Hoe werkt rekenkundige rij?
De rij 2, 5, 8, 11, 14 heeft steeds een verschil van drie. Het verschil mag ook negatief zijn, bijvoorbeeld bij een aftellende reeks.
Term n = eerste term + (n−1) × verschil; som = n × (eerste + laatste) ÷ 2.
Rekenmethode en aannames
Een rij waarin het verschil tussen twee opeenvolgende termen steeds gelijk is.
Rekenvoorbeelden met verschillende invoer
| Invoer en uitgangspunten | Uitkomst |
|---|---|
| Eerste term: 2 · Vast verschil: 3 · Aantal termen: 5 | Laatste term: 14 · Som van de termen: 40 |
| Eerste term: 10 · Vast verschil: -2 · Aantal termen: 4 | Laatste term: 4 · Som van de termen: 28 |
Welke invoer past bij deze berekening?
Het aantal sprongen is één minder dan het aantal termen. Daarom vermenigvuldig je het vaste verschil met n−1 en niet met n bij het zoeken van de laatste term.
Een rij waarin het verschil tussen twee opeenvolgende termen steeds gelijk is.
Rekenvoorbeeld en verder rekenen
Voor eerste term 2, verschil 3 en vijf termen is de laatste term 14. De som 2+5+8+11+14 is 40.
Wil je een aangrenzende berekening maken? Gebruik verhoudingen vereenvoudigen of bekijk het cijfer dat je nog moet halen. Controleer daarbij opnieuw welke grootheid en eenheid wordt gevraagd: de invoer uit dit voorbeeld is niet zonder meer geschikt voor iedere andere formule.
Veelgestelde vragen
Mag het verschil in de rekenkundige rij negatief zijn? (Rekenkundige rij)
Ja. De rij neemt dan per stap met dezelfde hoeveelheid af.
Hoe controleer ik de invoer voor rekenkundige rij?
Een rij waarin het verschil tussen twee opeenvolgende termen steeds gelijk is. Gebruik de uitgewerkte voorbeeldwaarden om de betekenis van de velden te controleren.
Bronnen en controle
De berekening volgt de hierboven beschreven formule en telregels. De voorbeeldwaarden zijn bedoeld om de werking controleerbaar te maken.
Tekst bijgewerkt op 16 oktober 2026. Formules zijn met voorbeeldwaarden en grensgevallen getest. Dit is geen onafhankelijke inhoudelijke goedkeuring. Lees hoe we berekeningen controleren.
