Box 3-belasting over sparen en beleggen
Box 3 wordt vaak vermogensbelasting genoemd, maar dit model belast niet simpelweg het hele vermogen met één percentage. Eerst wordt per vermogenscategorie een forfaitair rendement berekend. Daarna wordt bepaald welk deel daarvan hoort bij het belastbare vermogen. Over dat deel volgt de gemodelleerde belasting.
De peildatum is 1 januari
Gebruik de waarden op 1 januari 2026, niet automatisch je huidige saldo. Geld dat later in het jaar wordt ontvangen of uitgegeven verandert die peildatum niet. Bij de methode met werkelijk rendement is de ontwikkeling gedurende het jaar juist wel van belang; die berekening maakt deze calculator niet.
Rekenmethode en aannames
Dit is de forfaitaire methode van 2026. Het rendement op banktegoeden (1,28%) en schulden (2,70%) is voorlopig; voor overige bezittingen geldt 6%. We rekenen intern zonder tussentijdse afronding. De aangifte kan daardoor enkele euro’s afwijken. Een lager werkelijk rendement kan tot een lagere heffing leiden via tegenbewijs, maar dat vraagt een afzonderlijke jaarberekening inclusief waardeveranderingen. Toekomstige voorstellen voor een ander box 3-stelsel worden hier niet toegepast.
Rekenvoorbeelden met verschillende invoer
| Invoer en uitgangspunten | Uitkomst |
|---|---|
| € 150.000 spaargeld, geen schulden of partner | € 417,68 geschatte jaarbelasting |
| Idem, heel jaar fiscale partner | € 144,17 geschatte jaarbelasting |
| € 50.000 spaargeld, geen partner | € 0,00 geschatte jaarbelasting |
Spaargeld, andere bezittingen en schulden invullen
Banktegoeden en overige bezittingen staan apart, omdat het forfaitaire rendement verschilt. De calculator rekent voor banktegoeden met voorlopig 1,28%, voor overige bezittingen met 6% en voor schulden met voorlopig 2,70%. Controleer of een bezit of schuld daadwerkelijk in box 3 thuishoort voordat je het invoert.
Schuldendrempel en heffingsvrij vermogen
Niet iedere euro schuld verlaagt direct de grondslag. Eerst wordt de toepasselijke schuldendrempel verwerkt. Daarnaast is er heffingsvrij vermogen. Deze twee posten hebben een verschillende functie in de berekening. De uitsplitsing laat zien hoe de invoer doorwerkt naar vermogen, rendement en belastbaar aandeel.
Een voorbeeld met uitsluitend spaargeld
Bij € 150.000 banktegoeden, geen schulden en geen fiscale partner is het forfaitaire rendement € 1.920. Na € 59.357 heffingsvrij vermogen is € 90.643 van het vermogen belastbaar. Het aandeel daarvan in € 150.000 wordt toegepast op het rendement. Met 36% belasting komt dit ongeronde model op ongeveer € 417,68.
Waarom de aangifte enkele euro’s kan verschillen
Het schema rekent intern zonder tussentijdse afronding. De officiële aangifte kan op onderdelen anders afronden. Daarnaast kunnen definitieve percentages, niet-opgenomen vrijstellingen of een afwijkende vermogensindeling het resultaat veranderen. Een verschil vraagt dus eerst om controle van de invoer en methode, niet alleen van het eindbedrag.
Werkelijk rendement en tegenbewijs
Een lager werkelijk rendement kan aanleiding geven tot een lagere heffing via de daarvoor geldende procedure. Alleen de ontvangen spaarrente vergelijken is niet altijd voldoende voor een compleet werkelijk-rendementoverzicht. Ook de relevante waardeveranderingen en andere onderdelen van het jaar moeten worden beoordeeld. Deze tool rekent geen tegenbewijs uit.
Geen toekomstige wetgeving in de uitkomst
Het model gebruikt de genoemde forfaitaire uitgangspunten voor 2026. Voorstellen voor een ander box 3-stelsel zijn niet verwerkt alsof ze al voor deze berekening gelden. Controleer bij een definitieve aangifte de officiële gegevens voor het juiste jaar.
Vermogensgroei en belasting apart bekijken
Met rente op rente berekenen kun je een vermogensgroeiscenario onderzoeken. Dat gebruikt een zelf gekozen rendement en is iets anders dan een fiscaal forfait. De inflatiecalculator laat daarnaast zien dat nominale groei en koopkracht niet hetzelfde zijn.
Vermogen kan ook invloed hebben op toeslagen
Een vermogen onder of boven de box 3-grens bepaalt niet automatisch of je recht op toeslagen hebt. Zorgtoeslag en huurtoeslag hebben eigen vermogenstoetsen. Gebruik daarvoor de passende calculator en de vermogensdefinitie uit de officiële voorwaarden.
Veelgestelde vragen
Telt mijn eigen woning mee in deze box 3-calculator?
De woning die fiscaal je eigen hoofdverblijf is, valt doorgaans in box 1. Vul die hier niet in. Een tweede woning kan wel in box 3 vallen. Controleer bij twijfel de fiscale indeling voordat je rekent.
Zijn de box 3-percentages voor 2026 definitief?
Het rendement van 6% voor overige bezittingen staat vast. De gebruikte 1,28% voor banktegoeden en 2,70% voor schulden zijn voorlopig. De uiteindelijke aanslag gebruikt de definitieve percentages.
Berekent Rekenspot ook mijn werkelijke rendement?
Deze pagina rekent alleen forfaitair. Voor tegenbewijs moet je het werkelijke jaarresultaat volgens de fiscale regels bepalen; alleen ontvangen rente invullen is niet genoeg. Gebruik daarvoor de uitleg en aangiftehulp van de Belastingdienst.
Is 36% belasting verschuldigd over mijn hele spaarsaldo?
Nee. Dit model berekent eerst het forfaitaire rendement en het belastbare aandeel na de toepasselijke grondslagen. Het tarief wordt niet rechtstreeks over al je spaargeld geheven.
Berekent deze tool of tegenbewijs voordeliger is?
Nee. De uitkomst gebruikt de forfaitaire methode. Een berekening van werkelijk rendement over het hele jaar valt buiten deze versie.
Bronnen en controle
De rekenregels en afbakening zijn gebaseerd op de onderstaande officiële bronnen. Controleer voor een definitieve beslissing de regels voor jouw situatie en het juiste jaar.
Tekst bijgewerkt op 16 oktober 2026. Formules zijn met voorbeeldwaarden en grensgevallen getest. Dit is geen onafhankelijke inhoudelijke goedkeuring. Lees hoe we berekeningen controleren.
