Je gemiddelde cijfer berekenen
Bij een gewoon gemiddelde tel je alle cijfers op en deel je door het aantal cijfers. Een 7 en een 9 geven samen 16; gedeeld door twee is dat 8. Elk cijfer telt dan even zwaar mee. Dit is ook bruikbaar voor andere getallen dan schoolcijfers.
Wanneer gebruik je een gewogen gemiddelde?
Een toets kan dubbel meetellen ten opzichte van een opdracht. Geef de opdracht dan weging 1 en de toets weging 2. Bij een 7 met gewicht 1 en een 9 met gewicht 2 wordt de som 25 en de totale weging 3. Het gemiddelde is 8,33, niet 8.
Rekenmethode en aannames
Zonder weging heeft elk cijfer gewicht 1. Gebruik puntkomma’s om waarden te scheiden en een komma voor decimalen. Vul bij weging evenveel waarden in als bij cijfers. De som van de wegingen moet groter zijn dan nul.
Rekenvoorbeelden met verschillende invoer
| Invoer en uitgangspunten | Uitkomst |
|---|---|
| 7 en 9 · gelijke weging | 8 |
| 7 en 9 · weging 1 en 2 | 8,33 |
| 7; 8; 6,5 · weging 1; 1; 2 | 7 |
Cijfers en wegingen goed invoeren
Gebruik bijvoorbeeld 7; 8; 6,5. De puntkomma scheidt de getallen, terwijl de komma bij het decimale cijfer hoort. Bij gewogen invoer moet voor elk cijfer op dezelfde plaats een weging staan. Zonder wegingen krijgen alle waarden hetzelfde gewicht.
Wegingen controleren voordat je vergelijkt
De verhouding tussen de gewichten telt. De reeks 1; 2 geeft dezelfde uitkomst als 10; 20. Een gewicht nul laat een cijfer buiten de berekening. Alle gewichten samen moeten wel positief zijn. Controleer bij schoolresultaten of je toetsgewichten gebruikt of al samengevoegde vakgemiddelden; dubbel wegen kan een fout beeld geven.
Wat moet je voor de volgende toets halen?
Een bestaand gemiddelde vertelt niet direct welk volgend cijfer nodig is. Daarvoor moet je ook weten hoeveel de volgende toets meetelt. Met welk cijfer moet ik halen reken je vanuit je doelgemiddelde terug naar het benodigde resultaat. Gebruik daarin bij voorkeur je ongeronde gemiddelde.
Afronden en vergelijken
Een weergegeven 5,5 hoeft niet hetzelfde te zijn als een exact gemiddelde van 5,5. Onderliggende decimalen en schoolregels kunnen bepalen of een resultaat voldoende is. Rond daarom pas aan het einde af. Wil je een deel van een totaal uitrekenen in plaats van een gemiddelde, kies dan procenten berekenen; dat is een andere rekentaak.
Twee gemiddelden samenvoegen met de juiste weging
Een gemiddelde van 7 over vier toetsen en een gemiddelde van 9 over één toets geven samen geen 8. Vul 7; 9 als waarden in en 4; 1 als wegingen. Het gezamenlijke gemiddelde is dan 7,4.
Wanneer beide groepen even groot zijn, mag je de gemiddelden wel even zwaar wegen. Zijn de onderliggende cijfers verschillend gewogen, gebruik dan de som van die wegingen per groep. Bekijk met welk cijfer je nog moet halen wat een volgende toets met je eindgemiddelde doet.
Veelgestelde vragen
Wanneer gebruik ik een gewogen gemiddelde?
Als sommige cijfers zwaarder meetellen. Telt een toets dubbel, geef die bijvoorbeeld weging 2 en de andere toetsen weging 1.
Hoe voer ik decimalen en meerdere cijfers in?
Zet een puntkomma tussen de cijfers, bijvoorbeeld 7; 8; 6,5. De komma in 6,5 hoort bij het decimale getal.
Kan een cijfer weging nul hebben?
Ja. Dat cijfer draagt niet bij aan de uitkomst. Er moet wel minstens één positieve weging zijn, anders is delen door de totale weging niet mogelijk.
Is het gemiddelde hetzelfde als de mediaan?
Nee. Het gemiddelde gebruikt de som van alle waarden. De mediaan is de middelste waarde na sorteren en wordt hier niet berekend.
Kan ik verschillende vakgemiddelden samen invoeren?
Ja, als je weet hoe zwaar elk vakgemiddelde meetelt. Geef passende wegingen en let erop dat al samengevoegde resultaten niet dubbel meetellen.
Bronnen en controle
De berekening volgt de hierboven beschreven formule en telregels. De voorbeeldwaarden zijn bedoeld om de werking controleerbaar te maken.
Tekst bijgewerkt op 16 oktober 2026. Formules zijn met voorbeeldwaarden en grensgevallen getest. Dit is geen onafhankelijke inhoudelijke goedkeuring. Lees hoe we berekeningen controleren.
